Biodivercity

Home > Water > Biotoopfactsheet


PDF
Watergang



Omschrijving:

Aanleg: Een watergang is een lijnvormig element dat permanent water bevat en dient voor waterafvoer en -berging. De oevers zijn bij voorkeur onbeschoeid . De diepte varieert in stedelijk gebied over het algemeen tussen de 0,5 en 1,5 m en de breedte kan variëren van 2 m op de waterlijn tot soms wel 10 m. Voor overwintering van vissen is een diepe plek nodig. Een watergang die grenst aan bos of grasland levert een meerwaarde op voor de biodiversiteit wanneer deze voorzien is van een oeverbegroeiing. Veel soorten profiteren van deze specifieke combinatie. Zo vormen overhangende takken paai- en opgroeiplekken voor vis en broeden diverse water- en moerasvogels in dichte oeverbegroeiing (zie natuurvriendelijke oever).

Beheer: De bodem en taluds worden zo nodig vanaf de kant gemaaid. Om flora en fauna te ontzien wordt het ene jaar de ene helft van de watergang geschoond en het andere jaar de andere helft. Een keer per tien jaar wordt de watergang gebaggerd. De vrijkomende specie wordt bij voorkeur afgevoerd. Werkzaamheden worden in de nazomer/herfst uitgevoerd. Zo wordt verstoring in het groeiseizoen voorkomen en ondervinden overwinterende amfibieën geen schade. Fasering bij de uitvoering is van belang, zodat het ongestoorde deel als vluchtplaats kan dienen.

Voorbeeldsoorten:

Flora: In het water kunnen soorten met drijfbladeren als sterrenkroos, witte waterlelie, gele plomp, watergentiaan en kikkerbeet voorkomen, maar ook planten die grotendeels onder water groeien als sterrenkroos of grof hoornblad. De oeverzone biedt, afhankelijk van type beschoeiing, grondsoort, talud en beheer, plaats aan soorten als riet, mattenbies, zwanebloem, gele lis en grote kattenstaart. Soms bestaat het talud alleen uit gras. Watervorkje is een mossoort die zowel in het water als op de oever kan groeien.

Fauna: In en rond watergangen leeft een grote diversiteit aan fauna zoals vissen (bittervoorn, kleine modderkruiper, bermpje en grotere watergangen ook snoek), vogels (waterhoen, wilde eend, meerkoet) en amfibieën (bastaardkikker, gewone pad). Watergangen worden gebruikt als jachtgebied door vleermuizen (watervleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis). Tot slot zijn er insectensoorten als libellen (gewone oeverlibel en keizerlibel) en vele andere aquatische ongewervelde soorten te vinden.

Snoek

Bermpje

Kleine modderkruiper

Gewoon sterrenkroos