Biodivercity

Home > Bomen en struiken > Biotoopfactsheet


PDF
Haag



Omschrijving:

Aanleg: Een haag is een lijnvormig element bestaande uit struiken of bomen, die op korte afstand van elkaar (25-75 cm) in één of twee rijen geplant zijn. Afhankelijk van het beheer spreekt men van een geschoren haag (deze wordt 1 of meerdere keren per jaar geschoren) of een vrij uitgroeiende of “losse” haag.

Beheer: De frequentie van scheren of knippen van de haag is afhankelijk van de groeisnelheid van de soort en de mate van strakheid van de haag die wordt nagestreefd. Daarnaast dient de haagvoet één keer per jaar te worden geschoffeld. Daarbij moet papier en zwerfvuil dat zich aan de voet heeft verzameld worden verwijderd.

Voorbeeldsoorten:

Flora: Haagbeuk, beuk, veldesdoorn, wilde liguster, hazelaar en taxus zijn inheemse soorten. Grootbladige liguster en buxus worden veel toegepast, maar zijn niet inheems.

Fauna: Een haag biedt schuilgelegenheid aan zoogdieren (egel, muizensoorten) en tevens nestgelegenheid aan vogels (winterkoning, groenling, merel, huismus, koolmees, pimpelmees, vink, roodborst, braamsluiper). Vruchten of noten zijn voedsel voor zowel vogels als zoogdieren. Ligusterbloemen lokken bijen (voorwaarde is wel dat de haag niet gesnoeid is). Bij een natuurlijkere haag kunnen amfibieën en een reptiel als de hazelworm zich schuilhouden tussen het strooisel.

Braamsluiper

Huismus

Winterkoning